‘Eigenaars zonnepanelen niet in de kou laten staan’

Bron: De Tijd, 09 januari 2019

De nieuwe Vlaams minister van Energie Lydia Peeters (Open VLD) wil de komende maanden nog een oplossing zoeken voor de invoering van de slimme meter. ‘We moeten garanderen dat eigenaars van zonnepanelen hun rendement kunnen behouden.’

Vandaag legt de Limburgse Lydia Peeters de eed af als Vlaams minister van Begroting, Financiën en Energie. Ze treedt tot de verkiezingen van mei in de voetsporen van partijgenoot Bart Tommelein, die burgemeester van Oostende werd. Over wat er daarna gebeurt, zijn volgens haar nog geen afspraken gemaakt. ‘Eerst de verkiezingen afwachten.’

Het voormalige Vlaams Parlementslid is al de derde liberaal die de post tijdens deze legislatuur bezet. De eerste titularis, Annemie Turtelboom, besloot af te treden na de commotie over de energieheffing die al snel de ‘Turteltaks’ gedoopt werd. Via die heffing wou Turtelboom de historische schuldenberg door de oversubsidiëring van zonnepanelen wegwerken.

Ook Peeters krijgt bij haar aantreden meteen een delicaat energiedossier op haar bord. Elke Vlaamse woning krijgt op termijn een digitale elektriciteitsmeter, maar het is nog niet duidelijk hoe de eigenaars van zonnepanelen hun rendement kunnen behouden als zij zo’n meter installeren.

Wie vandaag zonnepanelen bezit, ziet zijn elektriciteitsteller terugdraaien als de zonnepanelen stroom op het net zetten. Als er ongeveer evenveel op het net wordt gezet als verbruikt, registreert de teller bijna niets en betalen de eigenaars weinig voor hun verbruik en de bijbehorende taksen die het grootste deel van de elektriciteitsfactuur uitmaken. Bij een digitale meter worden de productie en het verbruik apart geregistreerd. De teller draait dus niet meer terug, waardoor de rendabiliteit van de investering in zonnepanelen in gevaar komt. Tommelein beloofde een soort terugdraaiende teller te simuleren via de elektriciteitsfactuur, maar dat is eigenlijk de bevoegdheid van de energieregulator VREG.

Peeters wil daarom zo snel mogelijk met de energieregulator aan tafel gaan zitten. ‘We hebben de transitie naar groene energie nodig. Als we de slimme meter uitrollen, moeten we de eigenaars van zonnepanelen de garantie kunnen geven dat hun investering rendabel blijft. We moeten als overheid betrouwbaar zijn. Bart Tommelein heeft de hernieuwbare energie gestimuleerd en ik wil in zijn voetsporen treden. Sinds men weet dat ik de nieuwe minister word, hebben al heel veel ongeruste burgers me daarover gecontacteerd. Die digitale meter moet er komen, maar niet ten koste van de investeringen in zonnepanelen.’

Vorig jaar viel het aantal particulieren dat zonnepanelen plaatst al fors terug. Volgens de sectorfederatie doet de onzekerheid over de digitale meter consumenten twijfelen. Peeters wijst erop dat er nog heel wat belangrijke investeringen in zonnepanelen zijn gepland, zoals het Kristalpark Lommel en bij Volvo Gent. ‘We moeten het nauw opvolgen en snel met de VREG samenzitten. Maar het is voorbarig nu al te zeggen dat we onze doelstellingen voor hernieuwbare energie niet halen.’

Met de eedaflegging lanceert Open VLD in één klap een nieuw boegbeeld voor Limburg. De voormalige burgemeester van Dilsem-Stokkem hoopt in mei de Limburgse lijst te trekken voor het Vlaams Parlement. Dat ze een vrouw is, was voor voorzitster Gwendolyn Rutten mooi meegenomen. In de nasleep van de benoeming van de CD&V’er Steven Vanackere bij de Nationale Bank, waardoor geen enkele vrouw in het directiecomité overbleef, pleitten de liberalen voor meer vrouwen in de politiek.

‘Onze voorzitster heeft andere partijen opgeroepen meer vrouwen aan te duiden en voegde ook de daad bij het woord door mij als opvolger van Tommelein te benoemen. De manier waarop je aan politiek doet, hangt in de eerste plaats van je persoonlijke aanpak af. Maar in een Vlaanderen waar meer vrouwen dan mannen zijn, lijkt het me logisch dat zij goed vertegenwoordigd zijn in de politiek.’

Haar lokale ervaring vindt Peeters alvast een troef voor haar (korte) ministerschap. ‘Als je dicht bij de mensen staat, voel en hoor je de ongerustheid. Daarom ben ik geen voorstander van decumul. Als er enkel parlementsleden met theoretische bagage zouden zetelen, is dat een gemis. Die lokale ervaring is een troef in het parlement en als minister.’