Vlaanderen op koers met zon en wind

Vlaanderen zit op koers om de doelstellingen in 2020 voor de productie van groene stroom te halen. Dat blijkt uit het rapport van het Vlaams Energie Agentschap met de voorlopige cijfers voor vorig jaar. ‘We zitten op schema. Als bedrijven en overheden het voorbeeld van de burgers volgen en ook op hun daken massaal zonnepanelen plaatsen, lukt het ons in 2020’ zegt Vlaams minister van Energie Bart Tommelein.

Vorig jaar werd in Vlaanderen 9.941 GWh groene stroom geproduceerd, terwijl de doelstelling 7.933 GWh was. Dat blijkt uit het rapport van het Vlaams Energie Agentschap met de voorlopige cijfers voor 2017. Voor wind-energie haalden we perfect de doelstelling, voor zonne-energie was er een verwaarloosbaar tekort van 1,2%. ‘Dat komt doordat nog niet alle zonnepanelen die in 2017 geplaatst zijn een volledig jaar gedraaid hebben’ legt Vlaams minister van Energie Bart Tommelein uit. ‘Want het vooropgestelde vermogen hebben we overschreden. We plaatsten vorig jaar samen voor 184 MW zonnepanelen en voor 205 MW windmolens, terwijl het doel 150 MW was.’

De productie van de andere vormen van groene stroom houden elkaar in even evenwicht. Een iets lagere productie van biogas en energie uit restafval, wordt gecompenseerd door een iets hogere productie van energie uit biomassa. De voorlopige cijfers geven alvast geen aanleiding om het Energieplan 2020 bij te sturen, waarin de Vlaamse regering de jaarlijkse doelstellingen heeft bepaald. Dat hoeft immers pas als de productie-afwijking ergens groter is dan tien procent, en dat is voor geen enkele vorm van groene stroom het geval.

Bart Tommelein: ‘De voorlopige cijfers tonen aan dat we met de productie groene stroom op schema zitten om onze doelstellingen hernieuwbare energie te halen. Aangezien er in Vlaanderen nog maar op 5% van de geschikte daken zonnepanelen liggen, is er nog heel veel potentieel. Als bedrijven en overheden het voorbeeld van de burgers volgen en ook op hun daken massaal zonnepanelen plaatsen, lukt het ons in 2020.’

 

Bron: Bart Tommelein